ECLI:NL:CRVB:2014:3752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante is sinds 3 januari 2008 arbeidsongeschikt wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV heeft op 24 maart 2010 vastgesteld dat zij vanaf 31 december 2009 meer dan 65% van haar loon kan verdienen en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd op 23 augustus 2010 bevestigd na bezwaar.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij zich kon vinden in de medische en arbeidskundige onderbouwing. In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische beperkingen en verminderde visus onvoldoende waren meegewogen, dat zij ten onrechte was ingedeeld op opleidingsniveau 2, en dat de medische geschiktheid van de geduide functies betwist moest worden.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben deze punten onderzocht en onderbouwd dat de beperkingen niet verder gaan dan vastgesteld en dat appellante voldoet aan opleidingsniveau 2. De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist is en bevestigt de eerdere uitspraak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R.E. Bakker op 14 november 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.