ECLI:NL:CRVB:2014:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen Bbz 2004 lening niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant diende op 4 januari 2012 een aanvraag in voor bijstand als zelfstandige op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college kende bij besluit van 11 april 2012 een rentedragende lening toe onder voorwaarden, waaronder het vestigen van een derde hypotheek als zekerheid. Na correspondentie over de looptijd en aflossingstermijn werd deze verlengd naar acht jaar.
Appellant diende op 11 juni 2012 een bezwaarschrift in tegen het besluit van 11 april 2012, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onzorgvuldig handelen van het college, waaronder het niet wijzen op de termijn en het niet houden van een hoorzitting.
De Raad oordeelde dat de e-mailcorrespondentie van appellant na het besluit niet als bezwaar kon worden aangemerkt maar als verzoek om informatie. Het college handelde niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel door appellant niet opnieuw te wijzen op de termijn. Er was geen grond om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot bijstand op grond van het Bbz 2004 is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.