ECLI:NL:CRVB:2014:3772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet melden handel in auto’s en auto-onderdelen
Appellanten ontvingen vanaf mei 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van informatie dat appellant auto’s op zijn naam had staan en advertenties plaatste op Marktplaats, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Dit onderzoek toonde aan dat er honderden advertenties waren geplaatst die via het IP-adres van appellanten te herleiden waren, en getuigen verklaarden dat appellant actief handelde in auto’s en onderdelen.
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van de ontvangen bijstand over de periode mei 2010 tot november 2011, omdat appellanten hun verplichting tot het melden van inkomsten uit deze handel niet waren nagekomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij niet op commerciële wijze handelden en hun inlichtingenverplichting niet hadden geschonden. De Raad oordeelde echter dat het patroon van advertenties en getuigenverklaringen duidden op handel en niet op incidentele verkoop van privégoederen. Het niet melden van deze inkomsten vormde een schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellanten konden ook geen administratie overleggen om hun stelling te onderbouwen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet melden van inkomsten uit handel in auto’s en auto-onderdelen wordt bevestigd.