ECLI:NL:CRVB:2014:3790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig productiemedewerker, vroeg herhaaldelijk om toekenning van een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1992. Het oorspronkelijke besluit van 4 oktober 2001, waarin de uitkering werd geweigerd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, werd in latere procedures bevestigd.
In 2011 verzocht appellant om herbeoordeling, maar leverde geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aan die het eerdere besluit konden wijzigen. De rechtbank stelde vast dat de medische stukken die appellant overlegde, geen nieuwe feiten bevatten en dat stukken die pas in hoger beroep werden ingediend niet in aanmerking konden worden genomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv terecht het verzoek tot herziening afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat appellant niet voldeed aan de vereiste om nieuwe feiten of omstandigheden te presenteren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag om een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.