ECLI:NL:CRVB:2014:3795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als belader, meldde zich ziek vanwege buik- en darmklachten. Na medisch onderzoek en beoordeling door een arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn klachten frequent toiletbezoek en douchen nodig had, wat zijn arbeidsvermogen verder zou beperken.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld. De geschiktheid van de geselecteerde functies werd met aanvullend rapport in beroep voldoende aangetoond. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak. De Raad onderschreef dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige voldoende had aangetoond dat de werkzaamheden op elk moment onderbroken konden worden voor toiletbezoek zonder productieproces te stagneren. Het standpunt van het UWV dat een adequate toiletvoorziening op korte afstand van de werkplek aanwezig mag worden geacht, werd niet onjuist bevonden.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant geen WIA-uitkering krijgt wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.