ECLI:NL:CRVB:2014:3798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij weigering WIA-uitkering
Appellante, voormalig seizoensmedewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens diende zij een beroepschrift in, maar dit was te laat. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbaarheid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat ernstige psychische klachten haar verhinderden tijdig beroep in te dienen. Zij overlegde verklaringen van haar psycholoog, huisarts en fysiotherapeut. Haar echtgenoot verklaarde dat hij niet op de hoogte was van het besluit en haar niet kon helpen. Het UWV betwistte dat medische redenen het te late indienen rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat de overgelegde medische informatie onvoldoende bewijs leverde dat appellante rond het einde van de beroepstermijn niet in staat was om zelf of met hulp tijdig beroep in te dienen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellante pas na afloop van de termijn haar huisarts consulteerde en dat haar echtgenoot en dochter haar hadden kunnen bijstaan. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbaarheid.