ECLI:NL:CRVB:2014:3799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging Ziektewetuitkering wegens zwangerschap gerelateerde arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid gerelateerd aan zwangerschap en bevalling. Het UWV stelde aanvankelijk dat deze uitkering per 30 januari 2012 mocht worden beëindigd omdat de klachten niet langer aan zwangerschap gerelateerd waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV op grond van medisch onderzoek terecht tot dit oordeel was gekomen.
In hoger beroep wijzigde het UWV zijn standpunt en stelde dat de uitkering per 30 januari 2012 mocht worden verlaagd van 100% naar 70% van het dagloon. De Raad oordeelt echter dat appellante op die datum niet duidelijk was gemaakt dat haar arbeidsongeschiktheid niet langer aan zwangerschap gerelateerd was. Uit het verzekeringsartsrapport bleek niet dat dit onderwerp was besproken of vastgesteld.
De Raad stelt vast dat pas bij het onderzoek van 18 juni 2012 definitief is vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid niet langer verband hield met zwangerschap of bevalling. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 6 augustus 2012 voor zover het de periode vanaf 14 november 2011 betreft en bepaalt dat de uitkering pas vanaf 18 juni 2012 mag worden verlaagd.
Verder veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van wettelijke rente over de nabetaalde uitkering en in de proceskosten van appellante. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit van 6 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van het UWV en stelt vast dat de Ziektewetuitkering pas per 18 juni 2012 mag worden verlaagd wegens het ontbreken van zwangerschap gerelateerde arbeidsongeschiktheid.