ECLI:NL:CRVB:2014:3812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ ondanks klachten over zorgkwaliteit en indicatie
Appellant is op grond van de AWBZ geïndiceerd voor individuele begeleiding en CAK heeft een eigen bijdrage vastgesteld voor deze zorg. Appellant stelde dat de opgelegde zorg niet de gewenste medische zorg betrof, te laat was gestart, hem verder het zorgcircuit in trok en dat er een lopende klachtenprocedure was over de kwaliteit van de zorg.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van CAK ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad stelde vast dat de indicatie van CIZ rechtsgeldig is en dat CAK op grond van de AWBZ en het Bijdragebesluit zorg verplicht is een eigen bijdrage te heffen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor het standpunt dat de zorg niet kwalificeert als AWBZ-zorg waarop recht bestaat. Ook de lopende klachtenprocedure en de geringe inkomensdaling konden de vastgestelde eigen bijdrage niet beïnvloeden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de eigen bijdrage door het CAK voor AWBZ-zorg.