ECLI:NL:CRVB:2014:3818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering indicatie persoonlijke verzorging en begeleiding AWBZ na zorgvuldig medisch advies
Appellante, bekend met lichamelijke en depressieve klachten, had een indicatie voor persoonlijke verzorging en begeleiding op grond van de AWBZ. Na een aanvraag tot uitbreiding en aanvulling werd de indicatie toegekend, maar later ingetrokken door het CIZ op basis van een medisch advies dat onvoldoende beperkingen constateerde om de zorg voort te zetten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij diverse medische verklaringen en adviezen werden betrokken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was omdat zij niet persoonlijk was onderzocht en dat haar behandeling voorliggend was, maar deze argumenten werden door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand was gekomen via dossieronderzoek en aanvullende medische informatie. De beperkingen van appellante waren niet zodanig dat zij niet zelfstandig haar persoonlijke verzorging kon uitvoeren of begeleiding behoefde. Ook de psychiatrische behandeling was niet zodanig dat aanvullende AWBZ-begeleiding noodzakelijk was.
Hierdoor werd het bestreden besluit bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de indicatie voor persoonlijke verzorging en begeleiding op grond van de AWBZ.