ECLI:NL:CRVB:2014:3824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na beoordeling medische geschiktheid en FML
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van zijn WGA-uitkering per 15 augustus 2011, vanwege knie- en psychische klachten. Het UWV had eerder vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht meer had op een uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische beoordeling en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) grotendeels juist achtte.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat hij vanwege zijn beperkingen niet kan werken en overhandigde rapporten van een verzekeringsarts en zijn psychiater. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML op juiste gronden had aangepast, rekening houdend met zowel fysieke als psychische beperkingen. De aanvullende rapporten boden geen nieuwe inzichten die de FML zouden ondermijnen.
De Raad bevestigde dat de voorgehouden functies passend zijn en dat de uitkering terecht is beëindigd. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 15 augustus 2011 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.