ECLI:NL:CRVB:2014:3829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd bevonden. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard na een deskundigenonderzoek.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte het deskundigenrapport had gevolgd, mede omdat zijn behandelend sector zijn klachten zwaarder inschatte. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde psychiater zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was en dat de bezwaren van appellant onvoldoende gemotiveerd waren om het oordeel te verwerpen.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat de medische beperkingen van appellant, die zijn persoonlijk en sociaal functioneren betreffen, niet tevens als kenmerken in de zin van artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit konden worden aangemerkt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.