ECLI:NL:CRVB:2014:3835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering
Appellant ontving sinds 30 juni 2006 een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2011 heeft het UWV medisch en arbeidskundig onderzoek verricht, waarbij rekening werd gehouden met medicijngebruik en een psychiatrisch rapport. Op basis hiervan stelde het UWV een Functionele Mogelijkhedenlijst op en bepaalde een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 77%, wat leidde tot een besluit om de loonaanvullingsuitkering niet te wijzigen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij door medicijngebruik niet in staat zou zijn de geselecteerde functies uit te oefenen en dat het UWV niet zorgvuldig zou zijn geweest in het onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het UWV een zorgvuldig onderzoek heeft gedaan met een voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Er is geen bewijs dat het UWV of de verzekeringsarts een gekleurd beeld hadden of het verbod van détournement de pouvoir hebben geschonden. De medische rapporten zijn zorgvuldig opgesteld en er is geen reden om het oordeel over de beperkingen van appellant te herzien.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant met circa 77% arbeidsongeschiktheid in staat is de geselecteerde functies te verrichten en wijzigt de WIA-uitkering niet.