Uitspraak
OVERWEGINGEN
Wat appellant heeft aangevoerd levert ook geen feiten en omstandigheden op grond waarvan het college met toepassing van artikel 4:84 (slot) van de Algemene wet bestuursrecht van de Beleidsregel had moeten afwijken.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer om bijzondere bijstand voor een tegemoetkoming in de premiekosten van zijn aanvullende ziektekostenverzekering bij FBTO. Het college wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de Beleidsregel tegemoetkoming aanvullende ziektekostenverzekering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en kwalificeerde de Beleidsregel als buitenwettelijk begunstigend beleid, wat de Raad onjuist achtte. De Raad stelde vast dat de Beleidsregel een beleidsregel inzake categoriale bijzondere bijstand betreft, waardoor een bredere toetsing vereist is.
Appellant erkende dat hij niet voordeliger verzekerd was bij FBTO en dat hij niet voldeed aan de hoofdvoorwaarden. Hij voerde aan dat hij op grond van zwaarwegende redenen toch recht had op bijzondere bijstand, maar de Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde redenen onvoldoende waren om af te wijken van de Beleidsregel.
De Raad concludeerde dat appellant geen onacceptabel nadeel ondervindt bij overstap naar de collectieve verzekering bij Azivo en dat zijn bezwaren tegen roken onvoldoende zijn om het standpunt van het college te weerleggen. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de beleidsregels en geen zwaarwegende redenen heeft om elders verzekerd te blijven.