ECLI:NL:CRVB:2014:3925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in het buitenland
Appellante ontving sinds 2009 bijstand als alleenstaande ouder. Een themacontrole leidde tot een onderzoek naar haar bezit van onroerend goed in Turkije, waaruit bleek dat zij sinds 2011 eigenaar was van bouwgrond en een appartement met een waarde van ruim €157.000.
Het college beëindigde en trok de bijstand in vanaf 13 september 2011 en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug. Appellante voerde aan dat het onroerend goed feitelijk eigendom was van haar broer, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken met objectieve gegevens.
De Raad oordeelde dat het bezit van het onroerend goed een bestanddeel van haar vermogen vormde en dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden door dit niet te melden. Het beroep faalde, omdat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens bezit van onroerend goed in het buitenland.