ECLI:NL:CRVB:2014:3952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering Ziektewetuitkering en terugvordering voorschot
Appellant was werkzaam als monteur op projectbasis en werd ontslagen wegens herhaald ongeoorloofd verzuim. Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 18 maart 2012 en kende een voorschot toe vanaf 21 januari 2012. Later stelde het UWV vast dat er teveel Ziektewetuitkering was betaald en vorderde dit bedrag terug. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 april 2012 werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was en dat de terugvordering terecht was omdat appellant geen recht had op ziekengeld over de periode van 21 januari tot 10 maart 2012 vanwege loondoorbetaling door de werkgever.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaar tegen het besluit van 3 april 2012 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard vanwege onduidelijkheid en tegenstrijdigheid in het besluit. De Raad stelt dat nader onderzoek nodig is naar de rechtmatigheid van het ontslag en de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever. Hierdoor kan het besluit van 3 april 2012 en het daarop volgende besluit van 19 april 2012 niet in stand blijven. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en appellant krijgt alsnog recht op Ziektewetuitkering over de periode van 21 januari tot 10 maart 2012.