ECLI:NL:CRVB:2014:4047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim ambtenaar
Appellant was als ambtenaar gedetacheerd bij verschillende gemeentelijke diensten en bekleedde daarnaast een nevenfunctie als directeur-bestuurder van een stichting die gericht was op flexibilisering en samenwerking binnen de regio Amsterdam. Tijdens zijn nevenfunctie ontstond het vermoeden van misdragingen, waarna een onderzoek werd ingesteld.
Uit het onderzoeksrapport bleek dat appellant privé-uitgaven, waaronder een privételefoontoestel, bureaukosten en een etentje, ten laste van de stichting had gedeclareerd zonder redelijke verklaring. Tevens had hij een contante opname van €1.000,- gedaan van de stichting zonder verantwoording. Deze gedragingen werden aangemerkt als toerekenbaar plichtsverzuim.
Het college legde appellant een schriftelijke berisping op, welke door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep voerde appellant aan dat geen sprake was van plichtsverzuim en dat het bestuur van de stichting hem geen verwijt maakte. De Raad verwierp deze bezwaren en oordeelde dat ook handelen buiten werktijd strijdig kan zijn met het ambtenarenrecht, zeker gezien de relatie tussen de stichting en de gemeente.
De Raad concludeerde dat de opgelegde straf niet onevenredig was en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.