ECLI:NL:CRVB:2014:4062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, die sinds 1991 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, had vanaf 1997 een volledige WAO-uitkering gekregen die in 2004 werd beëindigd na een herkeuring. In 2011 meldde hij een toename van zijn beperkingen en verzocht heropening van de uitkering. Het UWV stelde bij besluit vast dat geen sprake was van een periode van minimaal vier weken met toegenomen beperkingen en wees de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische klachten, waaronder PTSS en licht psychotische ingevingen. De Centrale Raad oordeelde dat het UWV terecht de medische beoordeling had geplaatst in het kader van artikel 43a WAO, waarbij de vraag centraal stond of er sprake was van toegenomen beperkingen ten opzichte van de situatie in 2004.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de diagnoses van behandelaars had overgenomen en op basis van uitgebreid onderzoek en hoorzitting concludeerde dat er geen toename van beperkingen was. Appellant had geen medische informatie aangevoerd die deze conclusie onderbouwd zou kunnen betwijfelen. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijk deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op heropening van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.