ECLI:NL:CRVB:2014:4063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich ziek in 2008 wegens rugklachten en later ook depressieve klachten. Het UWV stelde in 2011 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 27 juli 2011 juist was vastgesteld. De rechtbank vond de klachten en beleving van appellante niet doorslaggevend en vond de toelichting op de voorgelegde functies afdoende.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden zonder nieuwe medische informatie. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verwijzend naar de juiste motivering omtrent de FML en de medische urenbeperking van 20 uur per week. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.