ECLI:NL:CRVB:2014:4133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Zorginstituut inzake een herziene definitieve jaarafrekening voor de buitenlandbijdrage over 2007. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege het overschrijden van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn slechte gezondheid en gedaalde inkomsten sinds 1999 hem verhinderden tijdig bezwaar te maken. Hij overlegde medische stukken ter onderbouwing en stelde dat de Nederlandse Staat verantwoordelijkheid moet dragen voor zijn situatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. De medische stukken boden geen aanwijzingen dat zijn gezondheid het onmogelijk maakte tijdig bezwaar in te dienen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.