ECLI:NL:CRVB:2014:4156
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, geboren in 1943 en gelijkgesteld met de vervolgde op grond van de Wuv, heeft psychische klachten die verband houden met haar oorlogservaringen, waaronder het overlijden van haar vader. Zij vroeg meerdere malen om vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten, maar verweerder wees deze verzoeken af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk of medisch-sociale wenselijk werd geacht.
De Raad bevestigt dat een vergoeding op grond van artikel 21 Wuv Pro alleen wordt toegekend als een verhuizing noodzakelijk is vanwege psychische klachten die voortkomen uit oorlogsomstandigheden. Uit de medische adviezen blijkt dat de problemen met de buren en de woonomgeving niet hebben geleid tot een verslechtering van de psychische klachten en dat de gevoeligheid hiervoor voortkomt uit de persoonlijkheid van appellante.
De Raad oordeelt dat het gevoel van onveiligheid in de woonomgeving onvoldoende is om een medische noodzaak voor verhuizing aan te nemen. Ook het positieve effect van de verhuizing op de klachten is niet voldoende. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit van verweerder in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk is vanwege psychische klachten gerelateerd aan oorlogsomstandigheden.