ECLI:NL:CRVB:2014:4160
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gelijkstelling met vervolgingsslachtoffer op grond van onvoldoende medisch verband
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zijn aanvraag op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) werd afgewezen. Hij stelde dat hij gelijkgesteld moest worden met een vervolgingsslachtoffer vanwege het overlijden van zijn vader in Auschwitz in 1942.
De Raad heeft overwogen dat appellant zelf geen vervolging in de zin van de Wuv heeft ondergaan en dat de psychische klachten niet direct samenhangen met het overlijden van zijn vader, maar vooral met andere traumatische ervaringen in zijn jeugd. Dit oordeel is gebaseerd op medisch advies van een geneeskundig adviseur en een psychiatrisch rapport.
Appellant voerde aan dat zijn broer onder vergelijkbare omstandigheden wel gelijkgesteld was en bekritiseerde het medisch onderzoek, maar de Raad oordeelde dat medische beoordeling per individu moet plaatsvinden en dat er geen strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag op grond van de Wuv blijft in stand.