ECLI:NL:CRVB:2014:4177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening AOW-pensioen wegens duurzaam gescheiden leven
Appellante, geboren in 1945, was gehuwd maar sinds 2010 gescheiden van tafel en bed en later in 2013 definitief gescheiden. Zij had een AOW-pensioen aangevraagd als ongehuwde die duurzaam gescheiden leeft. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende haar aanvankelijk een AOW-pensioen toe voor ongehuwden, maar herzag dit met terugwerkende kracht naar een pensioen voor gehuwden omdat uit onderzoek bleek dat zij samenwoonde met haar echtgenoot.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen duurzaam gescheiden leven voerde, omdat zij feitelijk samenwoonde met haar echtgenoot in Nederland en Spanje. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en baseert zich op verklaringen van appellante tijdens een huisbezoek en een rapport van de Svb. Ook een latere nuancering van appellante en haar echtgenoot verandert hier niets aan.
De Raad benadrukt dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder hun eigen leven leiden alsof ze niet gehuwd zijn, en dat dit niet het geval was. Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van het pensioen is terecht. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen van appellante naar gehuwdenstatus is terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.