ECLI:NL:CRVB:2014:4182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging kinderbijslag volgens woonlandbeginsel voor in Turkije woonachtige kinderen
De zaak betreft het hoger beroep tegen de rechtbank Amsterdam inzake de verlaging van kinderbijslag voor kinderen die in Turkije wonen. De wijziging van artikel 12 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) op grond van de Wet Woonlandbeginsel (Wwsz) leidt tot een aanpassing van de kinderbijslag aan het kostenniveau van het land waar het kind woont, in dit geval Turkije, vastgesteld op 60% van het Nederlandse bedrag.
Betrokkenen, woonachtig in Turkije, ontvingen voor 1 juli 2012 kinderbijslag en kregen vanaf 2013 een lagere uitkering. De rechtbank oordeelde dat het woonlandbeginsel niet in strijd is met bepalingen uit de Associatieovereenkomst, het Verdrag tussen Nederland en Turkije inzake sociale zekerheid, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en andere internationale verdragen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelt vast dat het woonlandbeginsel een legitiem algemeen belang dient, namelijk het efficiënt inzetten van publieke middelen en het voorkomen van disproportionele uitkeringen. Het middel is proportioneel en passend bij het doel. Ook wordt het beroep op discriminatie naar nationaliteit verworpen, aangezien het onderscheid gebaseerd is op woonplaats en binnen de ruime beoordelingsmarge valt die staten hebben bij sociale zekerheidsmaatregelen.
De Raad wijst tevens een verzoek af om te oordelen over situaties waarin een Turks onderdaan in Nederland woont en de kinderen in Turkije verblijven, omdat die situatie niet aan de orde is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de verlaging van kinderbijslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De verlaging van kinderbijslag voor kinderen woonachtig in Turkije op grond van het woonlandbeginsel wordt bevestigd en niet in strijd geacht met internationaal recht.