Uitspraak
OVERWEGINGEN
Ter onderbouwing van het hoger beroep is namens appellant bij brief van 17 oktober 2014 een aantal medische stukken overgelegd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1956, ontving sinds 2003 een WAZ-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een roofoverval. Na een herbeoordeling in 2008 werd de uitkering aangepast naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. In 2011 meldde appellant verslechterde klachten, waarna het UWV medisch en arbeidskundig onderzoek verrichtte en besloot de uitkering per december 2011 te beëindigen omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn.
Appellant maakte bezwaar en leverde medische stukken aan, waarna een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige het verlies aan verdiencapaciteit opnieuw berekenden op 16,76%. Desondanks verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. De aanvullende medische informatie bracht geen nieuw licht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WAZ-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.