ECLI:NL:CRVB:2014:4196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig productiemedewerkster, meldde zich ziek vanwege klachten in haar linkerschouder en -arm en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna bezwaar en beroep ongegrond werden verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische klachten, waaronder een suïcidepoging en daaropvolgende opname, onvoldoende waren meegewogen en dat er ten onrechte geen urenrestrictie was aangenomen. De Raad volgde dit niet en stelde dat het UWV alle beschikbare medische informatie, inclusief die van behandelaars, had betrokken en dat een nieuw medisch onderzoek niet noodzakelijk was.
De Raad concludeerde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was opgesteld en dat de passende functies medisch verantwoord waren. De extra medische informatie over de verslechterde gezondheidssituatie van appellante na de datum in geschil leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek.