ECLI:NL:CRVB:2014:4198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als docent en zelfstandig boomkweker, viel uit wegens psychische klachten waaronder ADD, autistiforme copingstijl, chronische burn-out en dyslexie. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, maar herzag dit na bezwaar en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 35-80%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn chronische burn-out volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt en dat hij alleen geschikt is voor werk in een beschermde setting. Hij verwees naar medische rapporten van psychologen en artsen ter ondersteuning.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de juistheid van de vastgestelde psychische beperkingen en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) heeft bevestigd. De Raad vond geen aanwijzingen dat de beperkingen onderschat zijn en concludeerde dat appellant geschikt is voor de voorgestelde functies binnen het reguliere arbeidsproces, waarbij adequate begeleiding noodzakelijk is.
De stelling dat appellant alleen geschikt zou zijn voor werk in een beschutte omgeving werd verworpen. De Raad bevestigde dat intensieve begeleiding gericht is op plaatsing in reguliere functies en dat hiervoor geen indicatie is dat appellant uitsluitend in WSW-verband kan werken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt voor reguliere functies met begeleiding.