ECLI:NL:CRVB:2014:4225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat hij door de zorg voor zijn ernstig zieke echtgenote niet in staat is tot werken en dat het UWV ten onrechte te veel nadruk heeft gelegd op zijn belastbaarheid ondanks de thuissituatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant adequaat zijn vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verklaringen van appellants zonen over de zorg voor de echtgenote leiden niet tot een andere beoordeling. De zorgsituatie kan niet worden meegewogen in de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeert dat de vastgestelde belastbaarheid juist is en dat de functies die appellant medisch gezien kan verrichten passend zijn. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor toekenning van schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.