ECLI:NL:CRVB:2014:4278

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2014
Publicatiedatum
17 december 2014
Zaaknummer
14-622 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:8 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet verschoonbare overschrijding beroepstermijn in WWB-zaken

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar het hogerberoepschrift werd één dag te laat ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat de termijnoverschrijding te wijten was aan ziekte van zijn gemachtigde.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld, waarbij partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, omdat het op de gemachtigde had gelegen om tijdens ziekte maatregelen te treffen voor tijdige kennisneming en afhandeling van proceshandelingen. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over de uitleg van artikel 6:8 Awb Pro.

Het verzet werd ongegrond verklaard en er werd geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken. Hiermee blijft de eerdere beslissing van niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 december 2014
14/622 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 16 december 2013, 13/1800 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Beesel (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 24 juni 2014 heeft de Raad het namens appellant door
mr. W.H.A. Bos ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. Bos verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 november 2014, waar partijen - het college met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 24 juni 2014 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De aangevallen uitspraak is verzonden op 16 december 2013. Het hogerberoepschrift is op
28 januari 2014 per fax ontvangen.
In verzet heeft de gemachtigde van appellant zich primair op het standpunt gesteld dat het hogerberoepschrift niet te laat is ingediend. Verder heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat hij in verband met ziekte niet in staat is geweest op 27 januari 2014 hoger beroep in te stellen.
In zijn uitspraak van 10 december 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BY5827) heeft de Raad uiteengezet hoe het in artikel 6:8 van Pro de Awb neergelegde stelsel moet worden begrepen en toegepast. Daarvan uitgaande is het hogerberoepschrift (één dag) te laat ingediend. Dat de gemachtigde van appellant op de laatste dag van de beroepstermijn wegens ziekte niet in staat is geweest een hogerberoepschrift in te dienen is geen omstandigheid op grond waarvan wordt geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het had op de weg van de gemachtigde gelegen afdoende maatregelen te treffen om kennisneming en afhandeling van post, alsmede van (eventuele) andere proceshandelingen, tijdens ziekte mogelijk te maken.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar
op 17 december 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
ew