ECLI:NL:CRVB:2014:4281

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2014
Publicatiedatum
17 december 2014
Zaaknummer
14-5076 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-ingediende beroepsgronden binnen gestelde termijnen

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 6:5 lid 1 sub d Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Deze bepaling is ook van toepassing op het hoger beroep volgens artikel 6:24 Awb Pro. Het beroepschrift van appellante bevatte echter geen gronden.

De gemachtigde van appellante werd bij brief van 19 september 2014 verzocht dit binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 20 oktober 2014 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat bij uitblijven van gronden de zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld. Ook deze termijn werd niet benut.

Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 december 2014
14/5076 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
20 augustus 2014, 14/252 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [naam] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 19 september 2014 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
De gemachtigde van appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 20 oktober 2014 is aan de gemachtigde van appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat indien hij de gronden niet binnen de gestelde termijn indient hij er rekening mee moet houden dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2014.
(getekend) J. Brand
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

MK