ECLI:NL:CRVB:2014:4281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-ingediende beroepsgronden binnen gestelde termijnen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 6:5 lid 1 sub d Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Deze bepaling is ook van toepassing op het hoger beroep volgens artikel 6:24 Awb Pro. Het beroepschrift van appellante bevatte echter geen gronden.
De gemachtigde van appellante werd bij brief van 19 september 2014 verzocht dit binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 20 oktober 2014 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat bij uitblijven van gronden de zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld. Ook deze termijn werd niet benut.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.