ECLI:NL:CRVB:2014:4285
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht binnen termijn
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep, omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De Raad oordeelde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken was voldaan, ondanks dat de aanmaningen per aangetekende en gewone post naar het juiste adres van appellant waren verzonden en niet retour waren gekomen.
Appellant stelde dat hij geen verzoek tot betaling had ontvangen, maar de Raad vond dit onvoldoende om hem te vrijwaren van verzuim. Uit informatie van PostNL bleek dat de aangetekende brief op het juiste adres was afgeleverd, en het risico dat de brief niet aan appellant was overhandigd, lag bij appellant.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van strijd met artikel 8:39, eerste lid, Awb, en dat het verzet ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons op 17 december 2014.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.