ECLI:NL:CRVB:2014:4286
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant voerde verzet aan tegen deze beslissing en stelde dat hij nooit een verzoek tot betaling had ontvangen.
De Raad heeft het verzet behandeld en vastgesteld dat de aanmaningen tot betaling van het griffierecht correct en tijdig aan het juiste adres van appellant waren verzonden, waaronder een aangetekende brief die door PostNL was afgeleverd. Het feit dat appellant mogelijk de brief niet heeft ontvangen, is voor zijn risico. Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim van appellant konden opheffen.
De Raad concludeerde dat appellant terecht in verzuim was en dat het verzet ongegrond moest worden verklaard. Er was geen sprake van strijd met het motiveringsbeginsel of andere procesrechtelijke normen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Simons in aanwezigheid van griffier Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.