Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
17 augustus 2011 ongegrond is verklaard;
15 februari 2011 met inachtneming van deze uitspraak;
vergoedt tot een bedrag van in totaal €543,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam als projectmanager bij de gemeente Alphen aan den Rijn en bewoonde samen met zijn partner een anti-kraakwoning beheerd door een extern bedrijf. Hij deed zonder voorafgaand overleg met zijn leidinggevende uitlatingen in de media over een politiek gevoelig onderwerp en schond de bruikleenovereenkomst door zijn partner in de woning te laten verblijven zonder dat zij een eigen overeenkomst had.
Het college verleende betrokkene ontslag wegens plichtsverzuim, maar de rechtbank oordeelde dat niet alle verwijten voldoende feitelijke grondslag hadden en dat het ontslag gerechtvaardigd was. Beide partijen gingen in hoger beroep. De Raad bevestigde dat sommige verwijten onvoldoende onderbouwd waren, maar stelde vast dat betrokkene wel plichtsverzuim had gepleegd door de media-uitlatingen zonder het hoofd van de afdeling te raadplegen en door contractbreuk.
De Raad vond echter dat het onvoorwaardelijk ontslag disproportioneel was gezien de ernst van het plichtsverzuim en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen, waarbij beroep tegen het nieuwe besluit alleen mogelijk is bij de Raad. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit; het college moet opnieuw beslissen.