ECLI:NL:CRVB:2014:4320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig productiemedewerkster, meldde zich ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en de belastbaarheid niet werd overschreden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een brief van haar psychiater aangaf dat het te vroeg was voor arbeidsinschakeling en vroeg om een onafhankelijke psychiater. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de aanvullende informatie van de psychiater geen aanleiding gaf tot meer beperkingen.
De Raad concludeerde dat de functies medisch passend waren en dat appellante in staat was de werkzaamheden te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.