ECLI:NL:CRVB:2014:4338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende objectief medisch bewijs arbeidsongeschiktheid op 17-jarige leeftijd
Appellant vroeg op grond van de Wet Wajong een uitkering aan vanwege psychische klachten, maar het UWV wees de aanvraag af omdat er onvoldoende medische gegevens waren om vast te stellen dat appellant op zijn zeventiende arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet kon aantonen dat hij destijds meer dan 25% arbeidsongeschikt was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de diagnose PTSS de arbeidsongeschiktheid bevestigt en dat het werken als keukenhulp geen tegenbewijs vormt vanwege de wisselende aard van PTSS.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat er onvoldoende objectief medisch bewijs is voor arbeidsongeschiktheid op de zeventiende verjaardag van appellant. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en wijst erop dat appellant geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd die het standpunt van het UWV zouden kunnen weerleggen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad benadrukt de wettelijke criteria uit de Wet Wajong, waaronder het vereiste van een objectief medisch vastgestelde arbeidsongeschiktheid van meer dan 25% op de zeventiende verjaardag en het ontbreken van aannemelijkheid van herstel binnen een jaar. De proceskosten worden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende objectief medisch bewijs van arbeidsongeschiktheid op de zeventiende verjaardag.