ECLI:NL:CRVB:2014:4340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering en toekenning WGA-vervolguitkering bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar loongerelateerde WGA-uitkering per 3 augustus 2012 te beëindigen en haar vanaf die datum een WGA-vervolguitkering toe te kennen, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55 tot 65%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar beperkingen en klachten als gevolg van een ongeval in 2009, onderbouwd met informatie van haar huisarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van appellante in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de medische grondslag van het besluit juist was. De verzekeringsarts had de huisartsinformatie betrokken en er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen.
De Raad bevestigde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat was en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd medisch passend waren. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering en toekenning van de WGA-vervolguitkering.