ECLI:NL:CRVB:2014:4341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn per 29 augustus 2012. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Appellant voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn klachten aan schouders, rechterelleboog, armen, knieën en maag- en darmstelsel onvoldoende waren meegewogen. Tevens stelde hij dat hij niet over het vereiste opleidingsniveau beschikte voor de geduide functies en dat bijscholing voor hem problematisch zou zijn.
De Raad oordeelt dat het UWV de beperkingen van appellant juist en volledig heeft vastgesteld op basis van eigen lichamelijk en psychisch onderzoek, dossierstudie en informatie van behandelaars. De beperkingen zijn adequaat vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst en de arbeidskundige rapporten tonen aan dat appellant passende functies kan vervullen met ten minste 73% van het maatmaninkomen.
De medische informatie van appellant leidt niet tot een ander oordeel en een verzoek tot benoeming van een deskundige wordt afgewezen. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.