ECLI:NL:CRVB:2014:4346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks onrechtmatig huisbezoek
Appellante ontving bijstand sinds 2005 en gaf aan zelfstandig te wonen. Na twijfel over haar woonsituatie voerde de gemeente een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek op 4 maart 2011. Dit huisbezoek werd later door de Raad als onrechtmatig beoordeeld omdat er geen redelijke grond was en geen informed consent was gegeven.
Desondanks mocht het college de bevindingen van het vervolgonderzoek, waaronder verhoren en opvragen van documenten, gebruiken omdat dit onderzoek niet onlosmakelijk verbonden was met het onrechtmatige huisbezoek. Uit verklaringen van appellanten bleek dat zij een gezamenlijke huishouding voerden, met wederzijdse zorg en financiële verstrengeling.
Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond. De Raad oordeelde dat het college daarom terecht de bijstand introk en terugvorderde. De eerdere uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en de beroepen van appellanten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd ondanks het onrechtmatige huisbezoek.