Uitspraak
.Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.F.A. Cadot, kantoorgenoot van mr. Mattheussens. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.N. van den Heykant.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal trok de bijstand in op grond van de conclusie dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met T, gebaseerd op een onderzoek naar mogelijke fraude.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor het criterium van wederzijdse zorg, essentieel voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3, derde lid, WWB.
De verklaring dat T vijf nachten per week bij appellante verbleef, werd wel als zorg aan appellante aangemerkt, maar niet andersom. Ook de gezamenlijke maaltijden en boodschappen werden onvoldoende onderbouwd, mede door het financieel bewind en beperkte middelen van appellante.
Daarmee was het college niet bevoegd de bijstand in te trekken. De Raad vernietigt het bestreden besluit en het besluit tot intrekking, en veroordeelt het college in de kosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens het ontbreken van wederzijdse zorg.