ECLI:NL:CRVB:2014:4386
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten in hoger beroep AWBZ-procedure afgewezen voor niet-beroepsmatige rechtsbijstand
In deze zaak heeft appellant zijn hoger beroep ingetrokken en verzocht betrokkene om vergoeding van proceskosten van in totaal €6.258,05. Appellant verzette zich tegen deze vergoeding. De Raad stelde vast dat de vergoeding alleen betrekking kon hebben op de fase van het hoger beroep, omdat de rechtbank geen proceskosten had toegewezen en daartegen geen hoger beroep was ingesteld.
De proceshandelingen in hoger beroep bestonden uit het indienen van een verweerschrift en het verschijnen op zittingen. De Raad oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand verleend door een bepaalde persoon niet voor vergoeding in aanmerking kwamen, omdat deze rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend zoals vereist volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De proceshandelingen van mr. Slootweg en mr. Versluis werden wel erkend als voor vergoeding in aanmerking komend. De Raad stelde de kosten van rechtsbijstand vast op €730,50, gebaseerd op het bijwonen van twee zittingen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze vergoeding rechtvaardigden. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van dit bedrag aan betrokkene.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €730,50 aan betrokkene als proceskostenvergoeding in hoger beroep.