ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over vergoeding proceskosten in inburgeringszaak
In deze bestuursrechtelijke procedure ging appellante in hoger beroep tegen meerdere besluiten van het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage met betrekking tot haar inburgeringsplicht en de vergoeding van kosten voor rechtsbijstand.
Het hoger beroep met nummer 12/4494 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college de proceskosten in beroep reeds had vergoed, waardoor appellante geen belang meer had bij de beoordeling. Het hoger beroep met nummer 12/4495 werd ongegrond verklaard omdat het college terecht het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar niet had toegekend, aangezien er ten tijde van het bestreden besluit geen aantoonbare inspanningen waren geleverd die een vrijstelling van de inburgeringsplicht rechtvaardigden.
Het hoger beroep met nummer 12/4496 slaagde daarentegen omdat de Raad oordeelde dat sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hierdoor werden de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vernietigd voor zover het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar was afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het in hoger beroep betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep 12/4494 is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep 12/4496 gegrond verklaard en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.