ECLI:NL:CRVB:2014:4423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar, kreeg in 2009 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het niet houden van professionele afstand tot een vrouw en misbruik van positie. Bij herhaald plichtsverzuim in 2012 legde de korpschef het strafontslag ten uitvoer. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar trok een bewijsuitsluiting in.
De Raad toetste of het plichtsverzuim de tenuitvoerlegging rechtvaardigde en of de belangenafweging redelijk was. Appellant erkende grotendeels de gedragingen, die de Raad als ernstig plichtsverzuim kwalificeerde. Psycholoog Visser stelde PTSS vast, maar dit belemmerde appellant niet om de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag in te zien en te handelen.
De Raad concludeerde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en dat de korpschef bevoegd was het strafontslag ten uitvoer te leggen. De belangenafweging was redelijk, ook al had de korpschef niet actief geprobeerd appellant te behoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag bevestigd.