ECLI:NL:CRVB:2014:4464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw voor in het buitenland wonende verzekerde
Appellant woonde in 2012 in het Verenigd Koninkrijk en ontving een WAO-uitkering en een lijfrente. Het Zorginstituut stelde de buitenlandbijdrage Zvw over 2012 vast op €4.049,44 en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het Zorginstituut ten onrechte een E-121 formulier had geëist en onjuist had ingevuld, en dat de bijdrage was gebaseerd op onjuiste informatie van de Belastingdienst. De Centrale Raad oordeelde dat appellant als verdragsgerechtigde op grond van Verordening 883/2004 inderdaad een buitenlandbijdrage is verschuldigd en dat het ontbreken van een correct E-121 formulier daaraan niets afdoet.
Verder is het Zorginstituut gebonden aan de door de Belastingdienst vastgestelde Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) voor de berekening van de bijdrage. Bezwaar tegen die beschikking moet appellant bij de Belastingdienst zelf aanvechten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage Zvw over 2012 wordt bevestigd.