ECLI:NL:CRVB:2014:578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als vertegenwoordiger in oliën, viel uit door armklachten na een val in september 2008. Het UWV stelde bij besluit van augustus 2010 vast dat appellant recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering wegens 44% arbeidsongeschiktheid, later verhoogd naar 51,94%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat zijn beperkingen te licht waren ingeschat, met name ten aanzien van boven schouderhoogte werken, nekgebruik, gehoorproblemen, handvaardigheden en vervoer. Ook voerde hij aan niet in staat te zijn de geduide functies te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het besluit berustte op een zorgvuldige medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, zonder nieuwe medische gegevens aan te leveren. De Raad volgde de rechtbank en het UWV, die op inzichtelijke wijze de functionele mogelijkhedenlijst hadden aangepast en de geschiktheid voor functies hadden beoordeeld. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd.