ECLI:NL:CRVB:2014:591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies
Appellant, werkzaam als opticien, meldde zich ziek en verloor zijn dienstverband. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordeling adequaat was en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij niet geschikt was voor de geduide functies, mede vanwege gebrek aan opleiding en ervaring. Hij overhandigde aanvullende medische informatie van diverse specialisten.
De Raad oordeelde dat deze medische gegevens geen aanleiding geven om de eerdere beoordeling te herzien. De functies werkmeester en administratief medewerker zijn passend gezien het opleidingsniveau van appellant en vereisen geen ervaring. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat geen recht op WIA-uitkering bestaat wordt bevestigd.