ECLI:NL:CRVB:2014:593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 7 oktober 2009 uit vanwege long- en rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering na beëindiging van zijn dienstverband. Het UWV stelde op 9 december 2010 een Plan van Aanpak vast waarin werd geconcludeerd dat appellant passend regulier werk kon verrichten. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. Vervolgens vroeg appellant op 8 juni 2011 een WIA-uitkering aan, die op 22 augustus 2011 werd afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Ook tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en afgewezen.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet waren onderschat. De rechtbank vond geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek en achtte de re-integratie-inspanningen van de gemeente voldoende. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde standpunten aan zonder nieuwe medische gegevens te overleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraken. Er was geen reden om het medisch oordeel te herzien of een nieuw onderzoek te gelasten. De Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door J.J.T. van den Corput op 26 februari 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering ontvangt omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.