ECLI:NL:CRVB:2014:63
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat terugvordering onverschuldigde uitkering over mei 2004 niet mogelijk is wegens verstrijken termijn
Betrokkene, een gewezen beroepsmilitair, ontving sinds 2002 een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen (Ugm). In 2009 vorderde de Minister van Defensie een bedrag van €233,73 terug wegens neveninkomsten in mei 2004 die destijds niet waren verrekend. Betrokkene stelde dat hij tijdig opgave had gedaan en dat de terugvorderingstermijnen van twee en vijf jaar waren verstreken.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, omdat niet was gebleken dat betrokkene geen opgave had gedaan en de terugvorderingstermijn van vijf jaar was overschreden. De Minister ging in hoger beroep en voerde aan dat de kalenderjaarbenadering van toepassing is, waardoor terugvordering over het hele kalenderjaar 2004 mogelijk zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de neveninkomsten betrekking hadden op mei 2004 en volgens artikel 5 Ugm Pro met de uitkering over die maand verrekend hadden moeten worden. Er was geen aanwijzing dat de inkomsten over een kalenderjaar in beschouwing genomen moesten worden of dat een regeling bestond die verminderingen in het lopende jaar slechts voorlopig maakte. De kalenderjaarbenadering was daarom niet van toepassing.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd de Minister veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de onverschuldigde uitkering over mei 2004 is niet toegestaan.