ECLI:NL:CRVB:2014:642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beoordeling SBF-regeling en ontslagdatum bij buitengewoon verlof ambtenaar
Appellant, werkzaam in een substantieel bezwarende functie bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie, werd met ingang van 1 juli 2010 buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging verleend en ontving een SBF-uitkering. De einddatum van deze uitkering werd vastgesteld op 1 september 2012, later gewijzigd naar 1 november 2012, conform de SBF-regeling en pensioenberekeningen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de regeling onredelijk bezwarend was en dat de minister tekort was geschoten in de informatievoorziening, waardoor hij geen maatregelen kon treffen om inkomensverlies te beperken. Hij vorderde een compensatie tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd.
De Raad oordeelde dat de SBF-regeling een algemeen verbindend voorschrift is, waarbij de rechter terughoudendheid moet betrachten. Er waren geen ernstige gebreken in de regeling die deze ongrondwettelijk zouden maken. De besluiten tot buitengewoon verlof en ontslag zijn gebonden besluiten, waarbij geen ruimte is voor individuele aanpassing van data. Het niet indienen van een verzoek tot doorwerken door appellant was doorslaggevend.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit, waarbij het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Ook werd geoordeeld dat de minister niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld door het verlenen van het verlof en ontslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.