ECLI:NL:CRVB:2014:658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- J.Th. Wolleswinkel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire berisping wegens plichtsverzuim bij re-integratiegesprek
Appellante, sinds 1975 in dienst bij de provincie Utrecht, kreeg een schriftelijke berisping opgelegd wegens het voortijdig beëindigen van een re-integratiegesprek op 4 februari 2010. Dit gebeurde nadat het college weigerde inzage te geven in anonieme correspondentie waarin haar naam werd genoemd. Na bezwaar handhaafde het college de berisping, met de voorwaarde dat deze niet ten uitvoer zou worden gelegd indien binnen een jaar geen nieuw plichtsverzuim plaatsvond.
Appellante stelde dat zij ten onrechte werd gestraft, omdat de weigering inzage te geven het gesprek onmogelijk maakte en zij psychische beperkingen had. Ook wees zij op een politiebrief waarin werd bevestigd dat er geen informatie over de anonieme correspondentie gevonden was. De Raad oordeelde echter dat appellante zich niet als een goed ambtenaar had gedragen door het gesprek te staken en dat het college terecht de gedraging als plichtsverzuim kwalificeerde.
De medische informatie bood geen grond om het plichtsverzuim niet-toerekenbaar te achten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Utrecht en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.