ECLI:NL:CRVB:2014:675
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning vervolging op grond van Wuv wegens ontbreken internering
Appellant, geboren in 1940 in het toenmalig Nederlands-Indië, diende een aanvraag in om erkend te worden als vervolgd persoon in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Hij stelde dat zijn gezin tijdens de Japanse bezetting onder huisarrest stond en onder permanente bewaking was geplaatst. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat appellant vrijheidsberoving had ondergaan zoals bedoeld in de Wuv.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hoewel er sprake was van enige vrijheidsbeperking, appellant niet in een situatie verkeerde die gelijkgesteld kon worden met internering. Het gezin was gehuisvest op een rijstpellerij waar de vader verplicht was te werken en waar gewapende Japanse soldaten controleerden, maar er was geen permanente bewaking en er was beperkte bewegingsvrijheid, onder andere doordat de moeder de onderneming kon verlaten voor voedselvoorziening.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de Raad dat geen sprake was van vervolging in de zin van de Wuv. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet in een situatie van internering verkeerde zoals bedoeld in de Wuv.