ECLI:NL:CRVB:2014:73
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens geen nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellant ontving vanaf 31 december 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Op 11 juni 2002 trok het UWV deze uitkering in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt was voor zijn eigen werk. Appellant deed geen bezwaar tegen dit besluit.
In 2010 verzocht appellant om herziening van het besluit op grond van een nieuwe diagnose ADD, maar dit verzoek werd door het UWV afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, omdat de nieuwe diagnose geen relevant nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde volgens artikel 4:6 Awb Pro.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde een nieuwe diagnose Asperger aan. De Raad overwoog dat stukken die niet bij het UWV bekend waren ten tijde van het bestreden besluit niet in de beoordeling konden worden betrokken. De Raad bevestigde dat geen nieuw feit of veranderde omstandigheid was gebleken en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw feit of veranderde omstandigheid.